Stichting Oktober 44
  • Oktober 44

    Een aanslag van een verzetgroep bleek voor de bezetter aanleiding tot een vreselijke
    vergeldingsactie...

    Ongeveer 110 huizen werden in brand gestoken...

  • Oktober 44

    Putten was in oktober 1944 het toneel van de ergste wraakactie die Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben begaan.

    Vrouwen gingen de hongerwinter in zonder man.

  • Oktober 44

    Een echte, georganiseerde illegaliteit was er niet in Putten in de eerste jaren van de oorlog.

    Pas in 1944 kwamen enkele groepen tot stand.

'Daar lagen de lijken te verrotten in de bedden'
Een verhaal voor de jongelingsvereniging over de kampervaringen na de Puttense razzia (1945-'46)

door Niels van Driel

Inleiding
Van de 601 naar Duitsland weggevoerde mannen uit Putten keerden er 48 terug. Vijf mannen bezweken alsnog als gevolg van de ontberingen in de kampen. Eén van hen, Lubbertus van de Kemp (geb. 3 november 1924), heeft voor zijn dood nog van zijn ervaringen verteld op de jongelingsvereniging in de buurtschap Diermen.

Van de Kemp keerde ziek terug, krabbelde weer op, maar overschatte zijn krachten. In het gedenkboek Opdat het nageslacht het wete vertelde zijn moeder: 'Door zijn wilskracht gedreven voor zijn ouders mede de kost te verdienen, toog hij na zijn terugkeer aan het werk. Hij hield het vol tot maart 1946, zeeg toen neer en bezweek' (blz. 327). Op 17 maart overleed hij in het ziekenhuis Salem te Ermelo.

Een neef leverde het schrift met Van de Kemps verhaal enige tijd geleden in bij het Puttense gemeentearchief. Deze bijdrage bevat een transcriptie van de vijf bladzijden. Van de Kemp was machinaal houtbewerker van beroep. Zijn verhaal is grotendeels helder. Hier en daar zijn hoofdletters en leestekens toegevoegd om de tekst beter leesbaar te maken. Tussen rechte haken staan enkele verduidelijkende (werk)woorden. Taal- en spellingcorrecties zijn niet doorgevoerd. De indeling in alinea's is van de bewerker, aangezien de originele tekst achter elkaar is opgeschreven.


Opstel over de razzia van Putten

Hiermede wil ik over mijn wedervaren in de Duitse concentratiekampen en wat voor leed ik daar heb geleden [vertellen]. Het is haast te droevig om over te spreken. Nu opgepakt de eerste October en in een school gedreven dat opgepropt zat met mensen. Nou daar zaten we in afwachting wat er verder zou gebeuren. Nu, toen zijn we zondagavonds in de kerk gedreven en [na] aldaar de nacht door te hebben gebracht werd ik met nog 24 man naar buiten gebracht, en toen moeste [we ons] buiten opstellen. En toen kwam er een steltje van die militairen met het bajonet op het geweer, nou ik dacht, ons laatste uur is geslagen, maar nee, zoo hadden wij een half uur gestaan, toen werden wij weer in de kerk gedreven en [na] aldaar weer een poosje gezeten te hebben, werden we er allemaal uitgedreven en in een groot vierkant opgesteld met mitralleurs in onze rug. Nou toen dacht ik weer, dat onze laatste uurtjes geslagen waren. Maar nee, toen werden we gesorteerd en naar het station vervoerd. Daar hebben we een poosje in het bosje gezeten in een mansgat en in de lucht vol Tommies [en knijpen vanzelf, dat kun je denken] .

Maar toen kwam de trein en toen was het inladen en naar Amersfoort vervoerd. En daar hebben we een poosje in een barak gezeten die wit was van de luizen. Nou daar hebben we 8 dagen gezeten. Werken hoefden we niet maar ik heb een beetje gewerkt voor tijdverdrijf: generatorhout hakken en aardappelschillen. Toen zijn we overgeplaatst naar barak 10 vanaf de luizenbarak. Daar zaten we een goeien dag en toen was het woensdagmorgens aantreden en daar hebben we gestaan tot aan 's avonds half zeven toe en toen moesten we lopen naar het station om aldaar te worden ingeladen. Maar voor dat wij verder gaan wil ik wat zeggen wat mij overkomen is op het station te Amersfoort. Daar probeerde ik te ontvluchten. Toen kreeg ik een klap met een bajonet op het hoofd dat ik over de grond vloog. Maar het was nog niet afgelopen, want toen was er een jongen uit Groningen die weg wou lopen en die schoten [ze] zo dood voor mijn voeten neer.

Maar toen kwam het transport zonder eten of drinken 3 dagen en 4 nachten in de trein totdat we eindelijk te Hamburg in Neuengammen arriveerde. Daar werden wij in een kelder gedreven. Daar werden onze namen opgeschreven en [werden we] kaal geknipt en ontluist. De eerste de beste avond dat wij daar waren kreeg ik 25 stokslagen omdat ik 3 dekens op mijn bed had. Nu, toen kregen we luchtalarm en toen werden wij de schuilkelder ingeslagen, en daar hebben wij 4 uur ingezeten. Toen dat over was mochten wij gaan slapen. Maar nu kwam het transport naar Hussum naar het eerste vernietigingskamp.  Daar was het slaan, hard werken en weinig en slecht eten. Nou, toen kregen we een bombardement op het SS-kamp dat naast het onze lag. Daar hebben zij veel Moffen dood gegooid.

Toen gingen we op transport naar Ladelund. Daar was het nog erger. Daar moesten we veel harder werken en [kregen we] veel meer klappen. [Daar hebben ik mijn buurtgenoten G. van 't Klaphek , G. Gilles, C. van Kempen, J. Franken, A. v.d. Pol  en R. Vastenburg nog ontmoet.]  Daar in Ladelund heb ik geweest tot half December toe en van daar ging ik terug met een ziekentransport naar Neuengammen. Daar in Neuengammen was het aardig rustig. 's Avonds vielen er wel eens een paar bommen maar dan was het weer uit. Maar op Hamburg, dat kreeg er meer van langs. Maar van Hamburg is niet veel overgebleven. Tot half Februari ben ik daar in Neuengammen geweest en van daar zijn we gegaan naar Brunswijk. Daar hoefden we niet veel te werken, maar er vielen zoveelstemeer bommen. Daar zat je gedurig den helen dag in de schuilkelder. Maar ook daar is het gelukkig met mij goed gegaan, ook daar ik wel eens dacht: dat houden wij niet lang vol.

Maar toen kwam het ergste nog. Toen gingen wij op transport naar Ravensbrük. Een week zonder eten in de trein. Daar zagen we er zo al tien die opgehangen waren. Ik dacht: gaat dat er hier zo aan toe? En toen naar de barakken vol luizen en daar was het nog erger, want daar lagen de lijken te verrotten in de bedden en dat moesten wij op gaan ruimen. Zulke baantjes waren voor ons, dat willen die Duitsers zelfs niet eens doen.

En toen kwam eindelijk 1 Mei de bevrijding en wel door de Russen. Dat was een vreugde voor ons, de zo zwaar verdrukte Puttenaren. We hebben toen een veertien dagen bij hen geweest en toen kwam het transport naar ons vaderland. Eerst hebben de Russen ons een eindje weggebracht en toen kwamen de Amerikanen ons halen en die brachten ons naar Nijmegen en van daar per auto naar Putten  waar wij om goed half drie arriveerde waar ik hoorde dat in Diermen alles goed was, waar ik nog steeds de eerste was. En een poosje later kwam ook Jaap van Wincoop thuis. Dus dat waren er twee van de 26 buurtgenoten die weggevoerd waren die terugkeerde. De 3 vrienden van onze vereniging, de namen zullen u wel bekend zijn, blijven nog lang in onze vereniging in gedachten. En dat de Heere de diep bedroefde familie sterke in hun groot verdriet is de wens van ons allen.

  • Zondag 1 Oct opgepakt met de razzia.
  • 2 Oct vervoerd per trein naar Amersfoort
  • 10 Oct vertrek van Amersfoort naar Duitsland
  • 13 Oct vertrek van Hamburg naar Hussum
  • 5 Dec vertrek van Hussum naar Ladelund
  • 16 Dec vertrek van Ladelund terug naar Hamburg
  • Half Februari naar Brunswijk van daar naar Ravensbrük en toen naar Malschow
  • En toen zijn wij 1 Mei bevrijd door de Russen en toen 31 Mei ben ik teruggekeerd.

 

Stichting Oktober 44, Midden Engweg 1, 3882 TS Putten