Stichting Oktober 44
  • Oktober 44

    Een aanslag van een verzetgroep bleek voor de bezetter aanleiding tot een vreselijke
    vergeldingsactie...

    Ongeveer 110 huizen werden in brand gestoken...

  • Oktober 44

    Putten was in oktober 1944 het toneel van de ergste wraakactie die Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben begaan.

    Vrouwen gingen de hongerwinter in zonder man.

  • Oktober 44

    Een echte, georganiseerde illegaliteit was er niet in Putten in de eerste jaren van de oorlog.

    Pas in 1944 kwamen enkele groepen tot stand.

door ROEL KLEINE
De toekomst van Putten word beslist in "lunchroom"

De Politie Motor Dienst (PMD) heeft na de razzia op 1 oktober 1944 in Putten het uiterste geprobeerd om het Veluwse dorp voor een 'enorme catastrofe' te behoeden. De PMD-leiding wist de Duitse kolonel Fullriede, die belast was met de uitvoering van de razzia, over te halen niet meer dan een tiental huizen te verbranden. 'Zonder ons zou Putten net als het Franse Oradour met de grond gelijk zijn gemaakt.'. Dat beweert de Hagenaar Joop Floor(85) die destijds deel uitmaakte van de Politie Motor Dienst en die samen met Fullriede aan tafel zat in een lunchroom aan de Kerkstraat waar de afspraken over het brandschatten van Putten werden gemaakt. Volgens Floor is de schade daardoor beperkt gebleven. Dat er uiteindelijk toch meer dan honderd huizen in vlammen opgingen is volgens Floor voornamelijk te wijten aan de wraakzucht van SS-oberleutnant Vogel. 'Die negeerde de afspraken van Fullriede door vooral in de zuidoosthoek van het dorp als een wilde tekeer te gaan'. Floor heeft in het openbaar nooit over zijn deelname aan de razzia willen praten. 'Ik heb 60 jaar mijn mond gehouden, maar na het zien van de tv-documentaire eind vorig jaar over de razzia heb ik besloten om nu eindelijk eens mijn zegje er over te doen', zegt de man, die jarenlang tot zijn pensionering een topfunctie vervulde op het ministerie van algemene zaken. Hij was onder meer adviseur van de premiers Biesheuvel, Van Agt, Den Uyl en Lubbers.

Emoties

Floor, die tijdens het gesprek dat wij met hem voerden regelmatig door emoties wordt overmand, is vooral 'gefrustreerd' over de wijze waarop de rol van de PMD en die van kolonel Fullriede wordt gesproken. In Putten werd het na de oorlog de PMD, maar ook de politie, zwaar aangerekend de bezetter een handje te hebben geholpen bij de uitvoering van de represaillemaatregelen na de aanslag door de illegaliteit op vier Duitse militairen. Floor stelt nu na het zien van de documentaire dat het niet gegaan is zoals hij het heeft beleefd. Volgens de Hagenaar treft de PMD geen enkele blaam. Ook vindt hij dat Fullriede te negatief is afgeschilderd. 'Fullriede zat erg in z'n maag met de opdracht die hij had gekregen om Putten volledig plat te branden', aldus Floor.

Beschieting

Overigens beweert Floor voorts dat ook hotel De Heerdt niet door de Duitsers in brand is gestoken, maar door geallieerde vliegtuigen die nacht vlam vatte na een beschieting. 'Ik heb dat zelf gezien en met emmertjes bluswater die nacht op het dak van De Heerdt gestaan'.

Joop Floor (85) is hogelijk verbaasd dat nooit naar zijn mening is gevraagd over de razzia in Putten. Toen op 1 en 2 oktober 1944 660 mannen als represaille voor een aanslag op Duitse officieren uit het Meluwe dorp werden weggevoerd. De Hagenaar, destijds lid van de in Putten 'weinig geliefde' Politie Motor Dienst(PMD), was niet alleen getuige van het brandschatten van het dorp, hij maakte ook deel uit van een klein, select gezelschap dat in een lunchroom aan de Kerkstraat met de Duitse kolonel Fullriede afkaartte hoeveel huizen er verbrand zouden worden. Een tweede vergeldingsmaatregel, na het wegvoeren van een deel van de mannelijke bevolking, van de Duitsers die volgens Floor echter totaal anders uitpakte door het wraakzuchtige optreden van een andere Duitser, de SS'er oberleutnant Vogel. 'Deze Vogel was namelijk van mening dat Fullriede bij lange na niet voldeed aan de opdracht die generaal Christiansen had uitgevaardigd om 'das ganze dorf platt zu brennen', analyseert Floor de omvang van de verwoestingen die in Putten werden aangericht. 'Wij moesten er op toezien dat alles ordelijk zou verlopen'. Volgens de Hagenaar was aan de tafel in de lunchroom eerder die dag besloten, in overleg met Fullriede, om slechts 10 tot 12 huizen te verbranden. 'En dat waren toch al huizen die op de nominatie stonden om opgeruimd te worden. Floor, die ondanks zijn hoge leeftijd nog over een welhaast feilloos geheugen blijkt te beschikken, herinnert zich nog hoe hij daar aan tafel zat met Fullriede, zijn collega's Wim Zorn en Bert Jager en het waarnemend hoofd
van de PMD   M.G. Otten. 'Otten had ons in de ochtend ontboden en verteld dat generaal Christiansen had bevolen om de mannen in Putten voor de arbeidseinsatz weg te voeren en vervolgens het dorp plat te branden. Otten was totaal gedesillusioneerd, terwijl hij toch niet bekend stond als een bange man. Hij sprak heel open met ons over de situatie. Otten werd door Fullriede aangezien als het hoofd van de politie. Het verbaasde mij toch al dat er niemand van de Puttense autoriteiten bij het overleg was. Samen liepen we met Fullriede naar die lunchroom aan de Kerkstraat. Ik kreeg de indruk dat ook deze Duitse militair vreselijk met de opdracht van Christiansen in z'n maag zat. Hij was een Wehrmachtsoldaat. 'Wij vechten tegen soldaten en niet tegen burgers', verontschuldigde Fullriede zich, waarmee hij aangaf een grote weerzin te hebben tegen de represaillemaatregelen. Op een gegeven moment hebben wij Fullriede een borrel aangeboden om de stemming positief te beinvloeden. Ikzelf ben nog naar Bertus van Dam, de uitbater van De Heerdt (hotel/cafe -red.), gegaan om een fles jenever te halen. Otten kreeg het bij Fullriede voor elkaar om iemand van bouw- en woningtoezicht te laten komen, een zekere Neervoort, om woningen aan te wijzen die op de nominatie stonden om opgeruimd te worden. Tenslotte werd 'beklonken' om 12 van dergelijke woningen aan te wijzen. 'Als die zouden worden aangestoken', had Fullriede gezegd, 'zou dat genoeg zijn om de suggestie van een enorme brand in Putten te wekken'. Ook is in die lunchroom afgesproken dat Otten en de huizen van al het PMD-personeel dat in Putten was ondergebracht van brand gevrijwaard zou blijven. Ook zouden de huizen moeten worden gespaard waaraan witte lakens hingen. Wij kregen de opdracht mee te gaan met de Duitse patrouilles om daar op toe te zien'. Omdat Floor letterlijk en figuurlijk dicht bij het vuur heeft gezeten blijft hij verbaasd dat bij alle publicaties over Putten nooit zijn mening is gevraagd over de tragedie. 'Terwijl mijn naam toch wel genoemd wordt in het herdenkingsboek over Putten van Tj. Wouters'. In de vroege ochtend van zondag 1 oktober 1944 fietste Floor vanuit het huis van z'n aanstaande schoonouders in Hilversum samen met de zoon van de gemeentesecretaris van Baarn richting Putten. Laatstgenoemde werkte op de gemeenteseretarie van Putten. In de buurt van Putten op de Oldenallerallee merkte hij al dat er iets aan de hand was. 'Er heerste een bijna mystieke sfeer, het was niet normaal in ieder geval. Op de viersprong hoorden wij van de razzia waarna mijn mede-fietser afhaakte en terugging. Wat mij bewogen heeft om toch door te rijden? Ach, ik was geuniformeerd, al was ik toch niet helemaal zeker of ze mij ook kwaad wilden doen. Om acht uur kwam ik het centrum van Putten aan. Duitse soldaten waren juist bezig om de mannen uit de kerk te halen. Ik heb mijn fiets bij de eierhal gezet en gevraagd wat er aan de hand was. Daar werd mij al verteld van de aanslag. Men wist zelfs de namen te noemen van ene Witvoet(een van de plegers van de aanslag -red) en een zekere Tex (Banwell, die de Duitsers had beschoten -red). Ook hoorde ik daar dat bij de aanslag een man was gedood, eentje gevlucht en een gewond was geraakt. Ik stond tussen de opengeslagen deuren van de eierhal en zag dat dokter Vonk en zuster Hop nog probeerden mannen uit de rij te halen. Maar er is ook nog iemand langs me heen geglipt en zo ontsnapt. Volgens mij was dat fietsenmaker Postma. Even later gingen de mannen in colonne naar het station. Floor heeft samen met collega's van de PMD de hele nacht door Putten geptatrouilleerd tijdens het brandschatten van het dorp. Zijn gemoed schiet weer vol als hij die nacht in herinnering brengt. 'Je werd gek van ellende... Het was een regelrechte ramp wat daar gebeurde... Je kon verder niets doen. Ik heb meegemaakt hoe de Duitsers de deuren van huizen intrapten, eerst keken wat de bewoners nog onder de kurk hadden, vervolgens het interieur in de kamers kapot sloegen en daarna handgranaten in de woning gooiden. Ik zie zo nog een soldaat een pot met kersen aan z'n mond zetten. In een tijd van vijf minuten was een huis verwoest. Soms moesten wij dieren, die vastzaten aan een touw, lossnijden. We hebben die nacht ook nog moeten schuilen voor een aanval van geallieerde vliegtuigen. Wij zijn toen gevlucht naar een loopgraaf achter de eierhal. Volgens Floor hield de ramp hem dagenlang bezig. 'De mannen waren weggevoerd en de vrouwen liepen te jammeren in de straat. Dat beeld heb ik voor ogen. En de PMD was niet geliefd in Putten. Ik weet niet waarom, maar het zal wel te maken hebben met de uniformen die wij droegen. Maar wij geen enkele opsporingsbevoegdheid zoals de politie. Ze vertrouwden ons echter niet. Aan de andere kant, sommige Puttenaren waren ook niet altijd even aardig heb ik ervaren. Ik heb wel eens gezien hoe sommige voedselzoekers uit het westen werden uitgekleed voor een klein beetje eten. Nee, ik voelde mij niet thuis in Putten, ook voor de razzia al niet. We werden er met grote afstandelijkheid benaderd. Ze zagen ons als handlangers van de Duitsers. We werden eigenlijk niet aangesproken door de bevolking. Ook kort na de bevrijding heb ik walgelijke taferelen gezien in Putten. Hoe de leiding van kamp Amersfoort met touwen om hun nek door Putten werden gevoerd. Ze moesten knielen en gymoefeningen doen. Vrouwen gooiden met stenen naar ze. Heel begrijpelijk, maar niet goed'. Floor stelt onomwonden dat de PMD geen enkele blaam treft. 'Niemand van ons was actief betrokken bij de ramp. We hebben een totaal passieve rol vervuld. Ik voel mij dan ook niet schuldig. Maar ik kan u wel vertellen dat de hele oorlog meer impact heeft gehad dan 60 jaar huwelijk...'

Voordat Floor in Putten bij de Politie Motor Dienst werd gestationeerd had hij al een aantal bewogen oorlogsjaren achter de rug. In dienst van het Nederlandse leger had hij in de mei-dagen van 1940 al menige slag geleverd met de Duitsers. 'Tachtig procent van m'n jongens heb ik verloren bij gevechten'. Na de overgave volgde Floor een opleiding bij de marechaussee. In 1942 kwam hij terecht bij de brigade in het Groningse Grootegast. Daar werd hem als laatst binnengekomen personeelslid ('niemand anders wilde') gevraagd om hulp te verlenen bij de bewaking van het concentratiekamp Westerbork.'In het kamp kwam ik zowaar nog een Joodse kennis uit Assen tegen, Samuel Boekbinder'. Een nacht kweet hij zich van z'n taak op een van de wachttorens, maar wat hij zag in Westerbork vervulde hem met afschuw. 'Ik zag hoe Duitse soldaten een trein met kinderen leeg ranselden. Het is hier niet pluis, dacht ik, hier hoor ik niet thuis'.

Opgepakt

Floor kneep er op z'n fiets tussenuit, reed naar Beilen en dook vervolgens onder bij een boer in de Zaanstreek. Verraden door een collega, opgepakt, mishandeld tijdens een verhoor in Groningen. Hij belandde tenslotte bij de Politie Motor Dienst, nadat hij voor de marechaussee was afgekeurd voor de 'executieve dienst'. Hij kwam aanvankelijk bij de PMD terecht in Delft, maar de dienst werd aan het eind van de oorlog geëvacueerd naar Putten. Floor kwam in de kost bij de onderwijzer W. Smit aan de Driessenweg. Zo'n 60 man van de PMD waren in het Veluwse dorp gestationeerd. De centrale werkplaats was ondergebracht in de eierhal waar de dienst zich voornamelijk bezighield met de revisie van auto's en motoren. 'Wij hebben daar nog de auto moeten repareren van Rauter, die bij de Woeste Hoeve gewond raakte bij een aanslag door het verzet', herinnert zich Floor die nog exact kan vertellen welke onderdelen van de wagen moesten worden vervangen.

DVD

Het verhaal van de Hagenaar Joop Floor is te zien op een dvd die is gemaakt door documentairemaker Thom Verheul. De documentaire van Verheul, die recentelijk is benoemd tot docent tv-journalistiek aan de Rijksuniversiteit van Groningen, over het drama van Putten werd eind vorig jaar door de NCRV uitgezonden. Daarin gaat de historica Beatrice de Graaf op zoek naar de SS'er Naumann die destijds had deelgenomen aan de razzia in Putten. Naar aanleiding van deze uitzending reageerde Floor, maar de documentaire was reeds gemaakt. Verheul besloot toen de documentaire aangevuld met de lezing van Floor op dvd te zetten.

Stichting Oktober 44, Midden Engweg 1, 3882 TS Putten