Stichting Oktober 44
  • Oktober 44

    Een aanslag van een verzetgroep bleek voor de bezetter aanleiding tot een vreselijke
    vergeldingsactie...

    Ongeveer 110 huizen werden in brand gestoken...

  • Oktober 44

    Putten was in oktober 1944 het toneel van de ergste wraakactie die Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben begaan.

    Vrouwen gingen de hongerwinter in zonder man.

  • Oktober 44

    Een echte, georganiseerde illegaliteit was er niet in Putten in de eerste jaren van de oorlog.

    Pas in 1944 kwamen enkele groepen tot stand.

Het bevrijdingsjaar 1945 in Putten.


In de nacht van de bevrijding van Putten 17 op 18 april 1945, beviel een jonge vrouw van haar eerste kind, in een schuilkelder bij de buren. Dit kind zou haar vader nooit kennen, omdat hij een van de 552 slachtoffers was van het schrikbewind van Hitler. Op 1 en 2 oktober 1944 vond immers de razzia plaats in Putten en deels in Nijkerk. Van de mannen tussen 18 en 50 jaar werden er 660 afgevoerd naar het doorgangskamp Amersfoort. Dit omdat er een aanslag was gepleegd op een Duitse legerauto.

Een van de weggevoerde mannen was de vader van de pas geboren baby: Aart van Harten, onderwijzer in Putten. Tijdens het transport naar Duitsland gooide hij enkele briefjes uit de trein, bestemd voor zijn vrouw. Hij schrijft:

“Lieveling,

We zijn op weg met het hele kamp naar Hamburg. Reeds twee briefjes zijn onderweg. Ook deze derde kans neem ik waar om iets te laten horen. Lieve vrouw, wij leven allen nog en hebben alleen maar razende honger en dorst en zijn aardig moe. Verder houden we ons goed. Narigheden wil ik later wel vertellen, maar nu niet schrijven. Mijn lieveling, blijf in het geloof vasthouden dat God machtig is om mij en jullie te bewaren. Het gebed is ons sterkste wapen. Het “Zijn Wil geschiede”. Je weet wat onze enige troost is in leven en in sterven. Die troost heb ik gedurig ondervonden”.

Zo lag er in Putten een grauwsluier over de vreugde van de bevrijding. Ook vond er tijdens het bevrijdingsfeest op 18 april nog een droevige gebeurtenis plaats. Zoals in zoveel dorpen en steden klommen ook in Putten veel jongeren op de Canadese tanks. Het was erg druk op de straat, de Canadezen deelden sigaretten en chocolade uit. Een van de militairen bukte zich om meer sigaretten te pakken en raakte toen de trekker, die niet op veilig stond. Het machine- geweer ging af. Twee vrouwen, mevrouw Bedijn en Akke Schotanus, een jonge vrouw uit Friesland, waren opslag dood. Tot zijn dood heeft de Canadese militair Ashton, die dit voorval zeer betreurde, bloemen op het graf laten leggen.

Er is trouwens bij de bevrijding in Putten nog ongemeen hard gevochten tussen Duitsers en Canadezen. De Canadezen, het Westminster Regiment, wilden zo snel mogelijk doorstoten naar het IJsselmeer om zo de vluchtroute van de Duitsers naar Amsterdam af te snijden. Wat ze echter niet wisten, was dat de Duitse generaal Blaskowitz – bekend van de capitulatie op 5 mei in Wageningen – tijdelijk zijn hoofdkwartier gevestigd had in Putten. Daardoor was het Duitse verweer hier veel feller dan de Canadezen verwacht hadden. In 1995 - 50 jaar na de bevrijding - sprak ik met een van de Canadese bevrijders van Putten, Len Weleh. Hij vertelde me dat zijn peloton van de Westminsters in 1943 in Italië was begonnen met hun opmars. Nergens had zijn peloton zulke zware gevechten moeten voeren als tussen Voorthuizen en Putten. Hij verloor hier zijn beste kameraad en drie andere soldaten. Hun namen zijn bewaard gebleven voor het nageslacht op een kleine gedenksteen op de plek, waar ze gesneuveld zijn. Tijdens de onthulling van dat monument, in aanwezigheid van Canadese nabestaanden, was hij ontroerd. Dat hier de namen van hun geliefden en vrienden vermeld stonden, raakte hen diep. Als geen ander wisten de Puttenaren immers wat het betekende om je zonen, vaders en broers naamloos te moeten achterlaten in een vreemd land.

Over de weggevoerde mannen was intussen nog geen enkel bericht. Het bleef angstwekkend stil. Waar waren ze? Wanner zouden ze terugkomen? Leefden ze nog wel? Na de bevrijding op 5 mei leefde de Puttense bevolking tussen hoop en vrees. Op 10 mei 1945 kwam kapitein van Walt van Praag terug in zijn woonplaats Putten met nieuws over de weggevoerde mannen. Van Walt van Praag had als vrijwilliger dienst genomen in het Britse leger. Men had hem, tijdens een eerder verlof in Putten, gevraagd om te zoeken naar de weggevoerde mannen.

Tijdens zijn zoektocht in Duitsland bevrijdde zijn Engelse onderdeel o.a. het concentratiekamp Sandbostel. Daar ontmoette hij een aantal Puttenaren die de hel van de kampen overleefd hadden. Zij vertelden aan van Walt van Praag dat er tientallen, zo niet honderden Puttenaren waren omgekomen in de Duitse kampen. Met deze vreselijke boodschap keerde hij terug naar zijn woonplaats.

De oude dominee C.B. Holland had de moeilijke taak om de lange lijst met namen van de doden voor te lezen, vanaf de kansel van de Oude Kerk op Hemelvaartsdag, 10 mei 1945. Het deed de Puttense bevolking goed dat Koningin Wilhelmina op 4 juli een bezoek bracht aan “Het dorp van de weduwen en wezen”. Na een bezoek aan het gemeentehuis gebracht te hebben, werd ze bij het naar buitenkomen begroet met een “Leve de Koningin”. Vervolgens zongen honderden samengestroomde Puttenaren het Wilhelmus. Velen veranderden de woorden “ben ik van Duitse bloed” in “van Dietse bloed”.

Koningin Wilhelmina had die middag ontmoetingen met mensen van het verzet. Ook sprak ze in het restaurant “Het Puttertje” met enige teruggekeerden. Tot slot bezocht ze nog de weduwe van Koerten – van Beek aan de Voorthuizerstraat. Haar man was een van de slachtoffers van de razzia en bovendien was haar huis een van de 110 panden, die op bevel van de Duitse legerleiding was afgebrand. Met haar drie kleine kinderen woonde ze in het schuurtje, dat gespaard werd gebleven. Hare Majesteit betuigde haar deelneming en informeerde uitvoerig naar de levensomstandigheden van de familie van Koerten.

Dominee L. Kievit, de opvolger van C.B. Holland, hield de eerste herdenkingsdienst toen het 2 oktober geworden was. De preek die hij toen hield, verscheen enkele weken later in de kerkbode met een “Ten geleide” van zijn hand.

Ik verzoek thans de gemeente op te staan van haar zitplaatsen, ten einde haar doden te gedenken. Wij gedenken heden de honderden doden, die met ruwe hand uit ons midden werden weggevoerd, zonder dat ons een afscheid werd gegund. In den vreemde werden zij mishandeld en uitgemergeld. Wie kent hun angst, wie peilt hun leed? Daar vond hen de dood, die reeds lang op hen loerde. Zij zijn niet zonder getuigen gekweld en vermoord. De Getuige in de hoogte, de Heere de heirscharen, zag toe en tekende het op. En wat meer is: Hij neigde zijn oor tot hun geschrei. Al waren wij voor hen onbereikbaar ver verwijderd, de Heere was op roepafstand: Hij is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid. Dat heeft Hij ginds terdege betoond. Eenzelfde hemel welfde zich over hen en over ons. Daaronder hebben zij geleden en gebeden, daaronder hebben wij gekermd en gesmeekt. En wat hun stof betreft, Hij waakt er over, waar ook ter aarde besteld, of op alle winden verstrooid. God moge onzer gedenken, een gemeente van nabestaanden en overlevenden, die er rouwend om roept:



Gedenk o Heer, hoe zwak ik ben, hoe kort van duur.
Het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur.
Zou  ’t mensdom dan vergeefs op aarde zijn geschapen?
Wie leeft er, die de slaap des doods niet eens zal slapen?
Wie redt zijn ziel van ’t graf? Ai, help ons als te voren.
Gelijk Gij, bij Uw trouw, aan David hebt gezworen.



Daarna zong de gemeente Ps 89:19 en volgde de preek over Job 5:8 en 9 ‘Doch ik zou naar God zoeken en tot God mijn aanspraak richten; Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; wonderen, die men niet tellen kan.’

Zo had de bevrijding in Putten een bijzonder karakter. Na vijf lange jaren was men natuurlijk blij en dankbaar dat de oorlog voorbij was, maar de gevolgen van de razzia overschaduwden de blijdschap en temperden de vreugde.

Stichting Oktober 44, Midden Engweg 1, 3882 TS Putten