Stichting Oktober 44
  • Oktober 44

    Een aanslag van een verzetgroep bleek voor de bezetter aanleiding tot een vreselijke
    vergeldingsactie...

    Ongeveer 110 huizen werden in brand gestoken...

  • Oktober 44

    Putten was in oktober 1944 het toneel van de ergste wraakactie die Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben begaan.

    Vrouwen gingen de hongerwinter in zonder man.

  • Oktober 44

    Een echte, georganiseerde illegaliteit was er niet in Putten in de eerste jaren van de oorlog.

    Pas in 1944 kwamen enkele groepen tot stand.

Enige ervaringen van een teruggekeerde van de Razzia in Putten.

Bij de Spreng opgepakt om 11 uur. Razzia werd gehouden door Puttense politie zo’n 5 man, en zo veel Duitsers die richting bosbad gingen, en die kant van Putten achter de spoorlijn alle boeren en jongens werden uit de huizen gesleurd. Tegen 4 uur kwamen wij bij de kerk aan tegen de muur van van Ganswijk. Hebben we gestaan tot ongeveer 6-7 uur, toen zijn we in de openbare school gedreven, die nacht hebben we gezeten als haringen in een ton, en ’s morgens vroeg er uitgejaagd worden en dat aan alle kanten mitrailleurs waren opgesteld dan dachten we daar gaan we, maar nee wij werden gedreven aan de linker zijde van de kerk waar het bord of steen staat van hier zijn zij weggevoerd. Wij gingen naar het station van Putten.

Ik zat met mijn zwagers in zo’n een mans put die daar zaten, ik zeg tegen mijn zwagers ik probeer het direct ik ga daar het bos in. Wat was het geval er zat achter mij een Hollandse SS’er en die zij “waag het niet ik schiet je kapot” dank je wel dacht ik. Na enige uren kwam er een trein met goederen wagons en daar werden wij ingeslagen naar Amersfoort, en toen naar Duitsland.

Daar aangekomen stonden de SS’ers ons op te wachten met grote bloed honden die brachten ons weg naar een gebouw met een kelder eronder met een halve meter water er in, daar werden wij niet lichtzinnig behandeld. Toen werden er kappers gevraagd, Meiling en kapper Schipper melde zich. Kaalknippen zei de Mof, en daar ging ons haar, zo kaal als een neet. Dit wil ik er nog bij vertellen Kapper Schipper had nog een sigaret en vroeg aan een SS’er hebben ze ook een beetje vuur voor mij in half Duits, dat heeft hij geweten, ik dacht ze slaan hem kapot, dus wij wisten waar wij aan toe waren. Toen dat alles in die nacht gebeurd was gingen wij ergens naar toe om onze kleding uit te trekken, we mochten niets aanhouden en al wat wij bezaten moesten wij afgeven!

Hiervoor zijn we nog in Amersfoort geweest. Daar was Kotälla de baas met zijn herdershonden. Wij moesten vaak in rijen van vier staan, op je hurken gaan zitten met de armen voor uit, soms uren lang met gestrekte armen voor uit, als je ze liet zakken kreeg je klappen met een gummi knuppel dat was soms niet vol te houden. Als Kotälla voor zijn raam stond moest je in loop mars voor zijn raam langs anders kwamen de honden op je af.
Dus dit was dan Amersfoort!

Nu ga ik weer verder met Duitsland. Toen wij uitgekleed waren kregen wij een oude broek met stukken er in, rood en groen enz. enz. ook die jas was zo, geen ondergoed er onder en geen sokken. Wij moesten onze schoenen ook uittrekken. Bij mij stond een mof hij loerde op mijn schoenen, die waren nieuw, geruild met een vriend, die moest dienst kistjes hebben, en zo had ik nieuwe schoenen aan. Maar die mof heeft ze niet gekregen want daar lagen lepels en vorken van andere gevangenen en die hadden daar een meskant aan geslepen, dus ik pak zo’n lepel toen hij even weg liep een paar meter stak ik tegen de zool rand en rukte ze open, dat heb ik geweten, hij sloeg mij verrot, en toch was ik blij dat hij ze niet had , want dat had mij meer dwars gezeten, dan maar een pak slaag dacht ik dat gaat wel over. Toen was alles klaar en konden we op werk transport, na enkele weken dacht ik eerst naar Husum voor een paar weken, daar stierf de eerste dat was van de Brink, in de Puttense mond gekke Piet  Hij is daar begraven ze brachten hem weg in een denne kist en brachten de kist weer mee terug. Toen gingen we naar Ladelund. Daar was het verschrikkelijk een paardenstal van wat ik nu nog weet, afmeting 25 meter bij 5 meter denk ik. Daar lag wat stro in het werd nooit vernieuwd, dus binnen een week was het nog slimmer dan een varkensstal, iedereen was nat, en daarbij waren er honderden met dysenterie en liet hun behoeften daar vallen waar zij waren. Het was ’s morgens 5 uur op, naar buiten, het was hartstikke donker, zonder eten vijf kilometer lopen en dan werd je de tankgaten in geslagen van 2 bij 1,75 diep. Stond vol water, niets anders aan als een broek en een jasje. Als je de schop aarde niet ineens boven bracht kreeg je een goede op mepper. Wij kregen in de loop van de dag 1 snee brood ’s avonds 5 uur weer naar de barak, weer 4-5 kilometer lopen. Dan gebeurde dat wij van de 7 avonden er hoogstens 3 daar van een ½ liter koolsoep kregen, de andere avonden werden zij om getrapt door de SS en gingen wij zo de stal weer in.

Velen waren zo weg, toen het niet meer ging. De besten moesten nog lopen, vele anderen werden in een vrachtwagen gezet ze moesten staan, tegen elkaar op, anderhalve kilometer was er een grote bocht, daar zag je de helft niet van terug, die vielen van de wagen en zag men nooit meer terug. Als wij ’s avonds terug gingen en die niet meer konden lopen, moesten we op onze nek mee sleuren. Als je dan even in de stilte kwam, kwam een SS langs en die sloeg ze kapot op hangend op je rug. Het was onbeschrijflijk. Zelf vond ik een wortel in het land, ik schopte al staande die uit de grond, een SS’er had het al gezien. Ik bukte me en daar had je het al, voor de troep komen, broek naar beneden, krom staan, 25 slagen op je kont en dan nog even 5 kilometer lopen en dan de stal in. Lezer je kunt het toch wel begrijpen of niet?! Tegen de kerstdagen gingen we weer terug naar Neuengamme. Wij waren kapot en lagen lange tijd voor ons uit te staren. Wel drie uur per dag appel, vreselijke uren lang. Die niet meer staan konden moest je mee dragen

Tot drie keer toe, was het dan nog zo dat dezelfde er nog bij lag, werd door een SS’er de borstkas ingetrapt, ruw met zo’n grote hak van zijn laars en moest je hem laten liggen. Waar zij bleven wisten we niet, maar de doden werden opgehaald en dat was hun lot denk ik dan.
De bevrijding kwam dichter bij, de Amerikanen tenminste. Zij wilden ons niet overgeven en werden voor de tijd in losse kolenwagons geladen. Zes dagen lang en eten of drinken was er niet. Zij gingen heen en weer, en er kwamen er velen uit die niet meer te zien waren, zo waren ze toe getakeld. De SS zeiden, ze hebben met elkaar gevochten, het kan want sommigen waren hun toestand bijster. Wij werden losgelaten in het kamp Ravensbruck met hele hopen zag ik vrouwen en kinderen de gaskamers in gaan. Wij zijn enkel dagen later nog naar Malchow over gebracht, hoe of wat weet ik niet meer. Het was bij een SS kamp. Daar werden wij op stro matrassen neer gegooid, de meesten zagen het niet meer zitten en lagen heen. Eten of drinken weet ik niet meer van, daar waren we te ver voor weg. Ik weet alleen nog dat er een was uit Spakenburg  denk ik en die zei op een moment de SS’ers zijn verdwenen en de Russen komen het kamp binnen. Toen kregen wij weer een opflikkering en zeiden nu moeten we nog proberen weg te komen, wij hebben zwart geroosterd brood gegeten er waren er ook die gingen naar de SS keuken. Daar was snert gekookt, die namen ze, het ging er van boven in en het kwam er van onder weer uit en gingen door.

Willem Arie Zoetbrood

Stichting Oktober 44, Midden Engweg 1, 3882 TS Putten