Stichting Oktober 44
Inleiding

Inleiding

De scriptie die voor u ligt werd geschreven in het kader van het afronden van de Kerkelijke Opleiding vanwege de Nederlandse Hervormde Kerk te Utrecht. Het leerdoel staat als volgt in de studiegids van beschreven: ‘Het werkstuk dient een neerslag te zijn van een bestudering en een overweging van een thema dat de student persoonlijk ter harte gaat, met het oog op de kerkelijke context. De student streeft naar een integratie van een wetenschappelijke en geloofsmatige benadering. Het doel van de afstudeerverhandeling is dat de student een eigen vraag verkent en op basis van een beperkt literatuur - of veldonderzoek een standpunt inneemt en beargumenteert. Het accent dient te liggen op persoonlijke verwerking van de vraag en het bestudeerde materiaal.’ De omvang dient ongeveer 25 pagina’s te bedragen.

Hoe ik ben gekomen tot het schrijven van deze scriptie lijkt mij na het woord vooraf wel duidelijk. Het veelzeggende zwijgen heb ik vanuit een persoonlijke betrokkenheid altijd als pijnlijk ervaren. Met deze scriptie wilde ik vanuit mijn studie op zoek gaan naar mogelijkheden dat pijnlijke - zo mogelijk - te verzachten. Vanuit pastoraal – theologisch gezichtspunt, maar ook vanuit puur menselijk oogpunt. Op deze plaats dient ook iets gezegd te worden over hoe deze scriptie in elkaar steekt. Het thema wordt hieronder wat uitvoeriger besproken, maar in wezen gaat het hier over het pastorale handelen ten aanzien van rouwverwerking binnen het kader van een oorlogsgebeuren. Dit laatste geeft aan het pastorale handelen een bijzondere dimensie, omdat de rouw zeer massaal en zeer intens is. De scriptie bevat drie delen: verwerking, verzoening en vergeving.

Het doel van deze scriptie is het verkennen van het pastorale handelen van toen, het in kaart brengen van moeilijkheden en knelpunten die men ondervond en het bespreken van die moeilijkheden en knelpunten. Daarmee wordt ook de blik naar het heden en de toekomst geslagen: wat heeft er wellicht ontbroken, wat kan men in het pastorale handelen daarvan leren? Want de rouw gaat door, ook in het heden.

Dat houdt in voor de te volgen methode van onderzoek, dat eerst het historische gebeuren wordt geschetst. Dit historisch aspect komt in alle drie delen van de scriptie naar voren. Voor de pastoraal - theologische insteek heb ik gekozen voor het ‘verhalende aspect’ in het leven van mensen. De razzia in Putten is namelijk niet alleen een gemeenschappelijk drama, dat de gemeenschap in haar geheel omvat, maar ook een persoonlijk drama. Dit resulteert in een gemeenschappelijk verhaal, met daarbinnen de sterk gevarieerde persoonlijke verhalen. Aan het slot van elk deel worden bevindingen tot hun kern teruggebracht.

Tenslotte: ik heb er bewust voor gekozen deze scriptie niet op te delen in hoofdstukken, maar door middel van tussenbladen de verschillende delen van ‘het verhaal’ te scheiden. Dit omwille van de overzichtelijkheid. Ik meen echter, wanneer ik heel deze scriptie in hoofdstukken had ingedeeld, het verhaal in zijn voortgang minder recht zou hebben gedaan. Wanneer een hoofdstuk ‘uit’ is, wil dat niet zeggen dat het in het (levens)verhaal ook het geval is. De pastorale ervaring leert, dat elke scheiding methodisch van aard is. Om het verhaal van Putten, met daarbinnen al die andere verhalen zo ‘puur’ mogelijk te kunnen beschrijven, heb ik ervoor gekozen alleen scheiding te maken, waar de methode van onderzoek dat noodzakelijk maakt. De overgang van deel naar deel wordt wel aangegeven. Zowel de opdracht vanuit de studiegids alsook deze persoonlijke keuzes beïnvloeden de werkwijze en insteek in het thema, dat aan de orde wordt gesteld. We zullen op dat thema nu nader ingaan.



© Stichting Oktober 44, Midden Engweg 1, 3882 TS Putten.