|
Woord Vooraf
Het is april 2001. Voor het eerst sinds acht jaar stap ik de gedachtenisruimte binnen van de Stichting oktober 44. Alleen. Een aantal weken al is het, dat ik regelmatig afreis naar het verleden. Buiten vult de lucht zich met de geluiden, de geuren en kleuren van de lente. De lucht is helder blauw. De werkelijkheid van dat moment is zo vanzelfsprekend vredig, dat een mens zich haast zou afvragen of dat vreselijke gebeuren, straks 57 jaar geleden, ooit wel heeft plaatsgevonden. Maar als ik de deur openduw en de drempel over ben gegaan, komt die werkelijkheid in woord en beeld naar me toe. Ja, je moet wel een drempel over..
Teksten, foto’s, gezichten, voorwerpen, ze vertellen allemaal hun verhaal. Vijf platen in de muur met meer dan vijfhonderd namen. Uit het jaarverslag 1999 van de Stichting blijkt, dat 1372 mensen de ruimte hebben bezocht Er kwamen er 161 uit Putten, 1026 uit overig Nederland en 125 uit het buitenland. Gedachtenisruimte. Ruimte voor gedachtenis. Stil zijn en stil worden, met al die namen voor je. Meer dan vijfhonderd. Elke naam een gezicht. Elk gezicht een mens. Elk mens een lege plaats. Elke lege plaats verdriet.
Er ligt een boek bij de uitgang. Een gastenboek. Wie wil, mag zijn of haar indrukken aan het papier toevertrouwen. Ik blader het door. De bladeren glijden door mijn vingers. Hier en daar lees ik iets. Het zijn woorden die je op zo’n plaats kunt verwachten. ‘Indrukwekkend’ komt vaak voorbij. Dan houden mijn handen stil. Deze bladzijde kan ik niet zomaar omslaan. Want ik lees deze drie zinnen:
‘Lieve papa, ik was hier in stilte bij u. O o wat mis ik u. Ik hou van u.’
Een levensverhaal in drie zinnen. De teerheid en de kwetsbaarheid treft me diep. Hier is ruimte voor gedachtenis. Hier is ook veiligheid en beslotenheid voor stille tranen. Het verdriet van Putten. Het verdriet van vele gezichten. Ieder gezicht een uniek verdriet. En wat uniek is, deel je niet zomaar. Daarom is Putten ook niet zomaar een dorp… Een ruimte als deze ga je ook niet zomaar binnen. Waarom ben ik hier eigenlijk? Alleen omdat ik een scriptie schrijf over dit onderwerp?
Of is het vanwege die drie namen, waarvan ik het verdriet van zo dichtbij zag, dat het mij in het hart gegrift staat? Elk spreken teveel, veelzeggend zwijgen en slechts tranen. Ook meer dan vijftig jaar later. In een persoonlijk aantekeningenboekje schreef ik in 1995:
‘Ineens schiet hij vol. De verzwegen tranen wellen op uit de schrijnende herinnering.
‘..hoe zul je dat ooit vergeten?’ Zijn handen knijpen samen. Er steekt me iets van binnen. Ik pak z’n rechterhand beet en zeg: ‘Die tranen wil ik met u delen.’ Opa’s tranen. ‘Wij zien aan jullie wat het geweest moet zijn. Ook wij vergeten nooit.’ Kleinzoons woorden. Geen oude wonden openhalen. Wel de tranen delen. Hij knikt zwijgend. Zijn ogen spreken…’
Geen oude wonden openhalen. Wel de tranen delen. Beter zou ik de motivatie voor het schrijven van deze scriptie niet hebben kunnen verwoorden. Ik draag deze scriptie aan mijn opa op, die een broer verloor, in nagedachtenis ook aan mijn oma, die twee van haar broers verloor en samen met hen aan allen, die op welke wijze ook door de razzia getroffen zijn.
A. van Elten - mei 2001
|