Stichting Oktober 44
  • Oktober 44

    Een aanslag van een verzetgroep bleek voor de bezetter aanleiding tot een vreselijke
    vergeldingsactie...

    Ongeveer 110 huizen werden in brand gestoken...

  • Oktober 44

    Putten was in oktober 1944 het toneel van de ergste wraakactie die Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben begaan.

    Vrouwen gingen de hongerwinter in zonder man.

  • Oktober 44

    Een echte, georganiseerde illegaliteit was er niet in Putten in de eerste jaren van de oorlog.

    Pas in 1944 kwamen enkele groepen tot stand.

Op 2 oktober gegijzeld in stadhuis


De Puttenaer 27-09-2006

Eerst in zijn woning aan de Slichtenhorsterweg in Driedorp en even later in het stadhuis van Nijkerk vertelt Lubbert Cousijnsen een wel heel bijzonder verhaal. Soms tot in het kleinste detail verhaalt hij over een negen weken durende gijzeling. Deze gijzeling kwam 62 jaar geleden voort uit de aanslag bij de Oldenallersebrug tussen Putten en Nijkerk.

Voordat we ons proberen te verplaatsen in een jongen die een gijzeling in de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt, eerst enkele geschiedkundige feiten. In de nacht van 30 september op 1 oktober 1944 schiet een verzetsgroep op een auto met officieren van de Duitse Wehrmacht. Na deze aanslag bij de Oldenallersebrug houden de Duitsers op 1 oktober een grote razzia in Putten en een gedeelte van Nijkerk. Ruim zeshonderd mannen worden de volgende dag naar kamp Amersfoort en vervolgens naar Duitse concentratiekampen weggevoerd. Slechts enkele tientallen van hen keren na de verschrikkingen in Duitsland terug naar Nederland. Ook op 2 oktober worden ter vergelding in Putten 110 panden in brand gestoken.

Een ander gevolg wat er allemaal in Putten afspeelde, was de gijzeling in Nijkerk. Op zondag 1 oktober 1944 werden de burgemeester en gemeentesecretaris van Nijkerk door de Duitsers gevangen genomen. In de raadszaal moesten ze een aantal personen noemen die Duits-vijandig waren. Ze peinsden zich suf, maar konden niemand bedenken. Daarna pakten de Duitsers het telefoonboek en zochten er willekeurige namen uit. In de loop van de avond werden die mannen van huis gehaald. Was de man niet thuis dan namen ze de vrouw des huizes mee. De gijzelaars werden naar de raadszaal van het stadhuis gebracht. Onder de gegijzelden bevonden zich ook een 85-jarige man en mevrouw dominee Pellicaan, die hoogzwanger was. Veel vrouwen werden al snel vrijgelaten, maar de meeste mannen hebben er twee maanden gezeten. De gijzeling van deze tientallen Nijkerkers was een preventieve maatregel om zo’n aanslag als in Putten niet meer te laten gebeuren.

Eerste dagen van de oorlog

Na 62 jaar is iedereen van de gegijzelden inmiddels overleden, behalve één man. Deze man kwamen we op het spoor via Heimen Top, bestuurslid van stichting Oktober 44. Lubbert (Lub) Cousijnsen was de allerjongste van de gegijzelden en werd pas op 2 oktober in het stadhuis van Nijkerk vastgezet. Lub, tegenwoordig 80 jaar, woont op de Slichtenhorsterweg tussen Putten en Nijkerk. Hij woont naast landhuis De Neude van Lex Harding. Eerst vertelt Lub over de begindagen van de oorlog, hij was enig kind en 14 jaar. ,,In de meidagen werden wij geëvacueerd naar Putten, na vijf dagen keerden we terug. Halverwege 1940 nam een koppel Duitse officieren bezit van villa De Neude. Er zaten aardige mensen bij. Ze zeiden als ik groter was dat ik wel in Duitsland kon werken. De Duitsers namen me wel eens mee naar de bioscoop in het Nutsgebouw. Dan moest ik tussen hen in zitten en zag ik films over bijvoorbeeld kanonnen. Ik verkocht ze ook eieren en kreeg er maar liefst zeveneneenhalve cent per ei voor. De Duitsers hielden in de villa wilde feesten, na de oorlog lagen er zoveel lege flessen dat men die flessen met tien paardenwagens niet weg kon halen.”


Familie Cousijnsen had ook een jonge onderduiker, Joop Schipper, in huis. ,,Begin oktober 1944 ging ik met hem richting ons land in de Arkemheensepolder om koeien te melken. We moesten van mijn vader voorzichtig zijn, omdat je richting Putten hoorde schieten. In het centrum van Nijkerk hield plotseling een Duitser ons aan. Hij vroeg om onze persoonsbewijzen. Joop had die natuurlijk niet. Wij moesten mee. Op een gegeven moment gaf ik een harde schop tegen mijn fiets met melkbus voor op het rek. Joop kon vluchten en ik werd gepakt. Vijftien Duitsers brachten me naar het gemeentehuis. Daar begon een dikke Duitser tegen me te schreeuwen en werd ik naar boven gebracht. De mensen die al in de zaal gevangen zaten waren een dag eerder opgepakt. Ze hadden gehoord over een aanslag bij Putten en vroegen of Nijkerk ook al in brand stond. Het was 2 oktober.”



Vooral de eerste dagen waren spannend. ,,Ik zag rond het gebouw zwaarbewapende Duitsers met helmen staan. Ook brachten ze de verzetsstrijders Van Geen en Horra Siccema binnen, die verhoord werden. Feldwebel Straub stopte eens vier joden in een kast, dichtte de kieren met papier en zei de volgende dag dat die Juden zo stonken. Als we naar de wc moesten gingen we naar beneden en zagen dat het gewone ambtenarenwerk doorging. De gevangen genomen burgemeester en gemeentesecretaris sliepen bij de kachel en ik op een matrasje voor de deur. Ik lag naast dominee Pellicaan, een vrouw die in verwachting was. Als jongen vond ik die dikke buik heel apart. Ook lag ik naast Jan Moll, die veel over Canada vertelde. Hij hoestte echter zo erg, dat ik bijna van mijn matras werd afgeblazen. Na verloop van tijd werd het steeds gezelliger. Ik kreeg een middagmaaltje van mijn tante, brood van mijn ouders (die trouwens zeer bezorgd waren) en we gooiden met kussens tegen de 18e eeuwse schilderijen van het stadhuis. Ik zie nu dat die allemaal weer gerestaureerd zijn. We werden gelucht in de moestuin van bode Van Essen, achter het stadhuis.” Lub mocht zelfs tot driemaal toe even naar huis, maar hij moest wel terugkomen anders zou er wat met de andere gegijzelden gebeuren. ,,Verder herinner ik me ook een Duitser met zo’n mooi oud pistooltje. Je weet over dat Oostenrijkse meisje dat een band met haar ontvoerder kreeg? Zo kreeg ik ook een soort band met mijn gijzelnemers. Ik heb thuis zelfs als aandenken een fotootje van een jonge Duitser in marinie-uniform.”

Laatste der Mohikanen

In de loop der weken werden er steeds meer mensen vrijgelaten. Lub, de jongste, kwam pas op 4 december vrij. ,,Ik moest gaan werken in Hoevelaken, maar omdat bij het aanmelden niemand aanwezig was, ben ik maar naar huis gegaan.” De enige nog levende van de gijzeling noemt zichzelf de laatste der Mohikanen. ,,In 1949 is het gedenkraam in het stadhuis geplaatst. Wij als gegijzelden hebben het raam helemaal zelf bekostigd.” Op het gedenkraam zie je een uit de hemel dalende engel die de Nijkerkse bevolking beschermt tegen de klauwen van de Duitse adelaar. Links van het hoofdmotief de brandende huizen in Putten en rechts van de engel de door de Duitsers opgepakte mannen die naar concentratiekampen worden weggevoerd.

 

Peter den Dikken 27-09-2006

Stichting Oktober 44, Midden Engweg 1, 3882 TS Putten