Stichting Oktober 44
  • Oktober 44

    Een aanslag van een verzetgroep bleek voor de bezetter aanleiding tot een vreselijke
    vergeldingsactie...

    Ongeveer 110 huizen werden in brand gestoken...

  • Oktober 44

    Putten was in oktober 1944 het toneel van de ergste wraakactie die Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben begaan.

    Vrouwen gingen de hongerwinter in zonder man.

  • Oktober 44

    Een echte, georganiseerde illegaliteit was er niet in Putten in de eerste jaren van de oorlog.

    Pas in 1944 kwamen enkele groepen tot stand.

Gerrit Koopman ontkwam aan Puttense razzia

PUTTEN - Zoals alle Puttense mannen werd Gerrit Koopman op 2 oktober 1944 afgevoerd naar het kamp Amersfoort. Maar hij keerde na elf dagen terug. Zijn familie werd gespaard omdat zijn vader gedwongen was een gewonde officier te helpen. Nu doet hij zijn verhaal.

door Luuk Obbink


In het holst van de nacht van 30 september 1944 werd er op de deur van de boerderij van de familie Koopman aan de Nijkerkerstraat geklopt. Vader Barend Koopman deed open. Er stond een gewonde Duitse officier voor de deur. Het was, zo werd later duidelijk, de gewonde die in een droge sloot was achtergebleven bij de aanslag op de Oldenallerbrug. ,,De man had drie zware verwondingen”, vertelt de nu 80-jarige Gerrit Koopman. ,,Wat doe je dan?”

Heel veel keus had Barend Koopman niet. De officier eiste dat hij met een zaklantaarn de weg op zou gaan om de aandacht van een Duitse legerauto te trekken. Dat deed hij. ,,De gewonde officier vertelde het hele verhaal aan de Duitsers. Die zeiden vervolgens dat er een razzia zou komen. Maar het huis van mijn vader zou gespaard blijven”, vertelt Koopman. ,,Toen wist niemand nog wat een razzia was”, voegt echtgenote Hennie Koopman (78) daar aan toe. ,,Zijn vader heeft toen niet begrepen wat er stond te gebeuren.”

De officier is overigens een dag later in het ziekenhuis overleden.

Wat een razzia betekende, ontdekte Gerrit Koopman de volgende ochtend, toen er in alle vroegte opeens ‘allerlei moffen’ aan de deur stonden, bij het huis aan de Vikariënweg waar hij op dat moment verbleef. De toen 19-jarige Gerrit, die in onmin leefde met zijn vader, was dag en nacht boerenknecht in Bijsteren en was die nacht bij vrienden, onder meer de broer van zijn echtgenote Hennie van Dijkhuizen. ,,Die is ook afgevoerd”, vertelt zij, ,,samen met m’n zwager.”

Zoals zovelen moest Koopman onmiddellijk mee, zonder tijd voor afscheid of voor het aantrekken van een jas. In het kamp aangekomen werd hem samen met een paar anderen opgedragen in een hondenkennel honden te ontvlooien. Om extra voedselpakketten van het Rode Kruis te verdienen hakte hij bovendien hout. ,,Tot ik op mijn vinger sloeg en gewond raakte”, vertelt hij. Op de elfde dag, bij het appèl, werd zijn naam afgeroepen. Hij moest bij een groepje gaan staan en z’n spullen inleveren. Toen duidelijk werd dat hij vrijgelaten zou worden heeft hij zijn brood bij kampgenoten achtergelaten. ,,En toen deed de mof het hek open.”

Thuisgekomen bleek de reden van zijn vrijlating. Zijn broer, die op het moment van het wegvoeren wel thuis was, was verhaal gaan halen bij de Duitsers. Die had hen herinnerd aan de belofte dat er niemand van huize Koopman zou worden afgevoerd.

,,Ik heb mijn leven te danken aan mijn broer”, peinst Koopman. En aan de hulp die zijn vader de Duitser bood. ,,Maar iedereen weet dat mijn vader beslist geen liefhebber van Duitsers was. We zijn er nooit op aangekeken. En als hij geweten had wat de razzia zou betekenen, had hij de officier in de gierkelder gegooid. Wie had kunnen bedenken dat er zoiets zou gebeuren?”

 

Gerrit Koopman laat de bedstee zien in de vooramlige ouderlijke woning, waar de gewonde officier een nacht doorbracht.

 

 

Stichting Oktober 44, Midden Engweg 1, 3882 TS Putten