Stichting Oktober 44
  • Oktober 44

    Een aanslag van een verzetgroep bleek voor de bezetter aanleiding tot een vreselijke
    vergeldingsactie...

    Ongeveer 110 huizen werden in brand gestoken...

  • Oktober 44

    Putten was in oktober 1944 het toneel van de ergste wraakactie die Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben begaan.

    Vrouwen gingen de hongerwinter in zonder man.

  • Oktober 44

    Een echte, georganiseerde illegaliteit was er niet in Putten in de eerste jaren van de oorlog.

    Pas in 1944 kwamen enkele groepen tot stand.

Het verhaal van Barend Verhoef.


Op de dag van de razzia werden door de Duitse Wehrmachtsoldaten van het Herman Göringregiment 7 Puttenaren, waaronder één jonge vrouw, Rika van Beek, op de vlucht doodgeschoten.

Bijna had deze actie een achtste slachtoffer gekost. Op deze bewuste zondagochtend ging een aantal jongeren, waaronder Barend Verhoef, niet naar de kerk zoals ze gewend waren. Op Koudhoorn ging het gerucht dat er een razzia op komst was. De jongelui, Henk Kraay, Bessel Frederiksen, Chris van Kasteel en Barend Verhoef, hadden het plan opgevat om “schoffies te houden”, niet naar De Oude Kerk te gaan, maar om met elkaar te gaan voetballen, bij de nieuwe Prinsenweg in de buurt van het huis van Jaap Boon.

Tegen 10.30 uur kwam Eef Glismeijer, gehaast langs op de fiets. Ze waarschuwde de jongens, dat de Duitsers bezig waren met een klopjacht. Na deze waarschuwing besloten ze weer naar huis te gaan. Ze stapten op de fiets en reden de Oude Prinsenweg op. Op dat moment hadden Duitse soldaten het dorp afgegrendeld van de buitenwereld. Enigen van hen hadden zich verdekt opgesteld in de bosrand van deze weg. Plotseling knalden geweerschoten. De jonge Puttenaren, bedachten zich geen moment en sprongen van de fiets om dekking te zoeken. Henk Kraay slaakte een kreet, hij was getroffen door een kogel in de buik. Ook Barend Verhoef werd geraakt. De kogel trof hem aan de linkerkant in de borst, en kwam er in de rug, tussen de schouderbladen, weer uit. De dum dum kogel veroorzaakte een gapende wond, waardoor hij hevig bloedde en voortdurend bloed moest ophoesten. De Duitsers naderden snel en de jongens, met name Henk Kraay en Barend Verhoef,  konden absoluut niet meer vluchten. De andere jongens besloten bij hun gewonde kameraden te blijven.

Toen de Duitsers zagen dat er een tweetal zwaargewonden was, hebben ze eerste hulp verleend. Ze zagen dat doktershulp vereist was. Een buurtbewoner, Sil van Steeg, werd opgetrommeld en bracht Henk Kraay op een paardenwagen, met op de bodem wat stro, naar het ziekenhuis Salem in Ermelo. Daar overleed Henk Kraay op zondagmiddag ten gevolge van zijn verwondingen. Hij was pas 20 jaar. Barend Verhoef werd door de Duitsers en zijn vrienden Chris en Bessel achter op de fiets gezet en naar het huis van dokter Groeneveld vervoerd. De Puttense huisdokter onderzocht de 18-jarige Barend. Hij constateerde dat hij levensgevaarlijk gewond was en veel bloed had verloren. In overleg met de Duitse soldaten besloot men een auto te regelen om de zwaargewonde naar het ziekenhuis Salem over te brengen. In afwachting van de komst van de auto, met een open laadbak, werd Barend bij de dokter thuis op het bed gelegd, nadat de gapende wond verbonden was. In de loop van de zondagavond werd Barend naar Salem vervoerd. Daar werd hij van 1 oktober 1944 tot en met 15 januari 1945 verpleegd. Anno 2004 ondervindt hij daar nog de naweeën van. In het kader van Arbeidsinzet had Barend al eens in 1943 enige weken gewerkt in Deurne.

Na hersteld te zijn van zijn verwondingen kreeg hij de oproep te gaan werken aan een nieuw aan te leggen V1-startbaan in Uddel. Na één dag wist hij de Duitsers ervan te overtuigen dat dit werk voor hem veel te zwaar was. Hij werd afgekeurd en kreeg het stempel “Freistellung” in zijn PB (persoonsbewijs). In de laatste oorlogsmaanden bracht hij regelmatig bezoeken aan dokter Groeneveld en Salem, daar de wond steeds maar bleef zweren. Zijn ouders woonden met hun 7 kinderen op de Poolse Driesten E224. Vader Verhoef was bosarbeider en regelmatig ging Barend met hem mee om in de bossen te werken. Ondanks dat het bij hen thuis geen vetpot was, stond de deur in huize Verhoef altijd open. Zelfs korte tijd voor Joodse onderduikers: de familie De Ruiter uit Hilversum, van de later bekende hagelslagfabriek. In de hongerwinter van 1944-1945 deden mensen uit de Randstad of Arnhem hun huis aan. Altijd gingen ze weg met een portie aardappelen of rogge! Ook heeft Barend, met enige verzetsmensen, piloten van geallieerde vliegtuigen die neergeschoten waren, in het holst van de nacht weggebracht naar de boerderij van Hendrik en Trientje Timmer aan de Veldhoefweg.

Daar zat een verzetsgroep van LKP (Landelijke Knok Ploeg) en die zou dan weer zorgdragen voor de verdere vluchtroute van de geallieerde vliegers. Tijdens de bevrijding van Putten op 17 en 18 april 1945 werd er hevig gevochten bij de Prinsenkamp en Poolse Driesten. Elke nacht sliep het gezin Verhoef in een grote schuilkelder in de buurt van hun huis. Bij deze gevechten sneuvelden drie Duitse soldaten die op hun land werden begraven. Na de oorlog in (1949) werden deze lijken door de Duitse oorlogsgravenstichting in Duitsland herbegraven. De Canadezen brachten graag een bezoek aan het huis van de familie, daar Barend ook één knappe zuster had. In ieder geval leverde dat Barend en zijn broers de zo fel begeerde Engelse sigaretten (Miss Blanche) op. Na de oorlog heeft Barend nog wel geprobeerd om een uitkering te krijgen vanwege zijn zware verwondingen. Zelfs een herkeuring in Utrecht en brieven in 1948, geschreven aan Prins Bernard, bezorgden hem echter geen uitkering! In 1947 trouwde Barend met Eef Schuit. Ze kregen vier kinderen. Hij heeft nooit echt zware lichamelijke arbeid kunnen verrichten. Als boekhouder is hij 53 jaar werkzaam geweest bij de Heidemij (later Grontmij) en in zijn vrije tijd bij Harmen Bos (Harmen “Kop”). Inmiddels is Barend weduwnaar en geniet van zijn welverdiende pensioen.

Stichting Oktober 44, Midden Engweg 1, 3882 TS Putten