Stichting Oktober 44
  • Oktober 44

    Een aanslag van een verzetgroep bleek voor de bezetter aanleiding tot een vreselijke
    vergeldingsactie...

    Ongeveer 110 huizen werden in brand gestoken...

  • Oktober 44

    Putten was in oktober 1944 het toneel van de ergste wraakactie die Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben begaan.

    Vrouwen gingen de hongerwinter in zonder man.

  • Oktober 44

    Een echte, georganiseerde illegaliteit was er niet in Putten in de eerste jaren van de oorlog.

    Pas in 1944 kwamen enkele groepen tot stand.

Alie van den Brink – Posthouwer is geboren in 1927. Ze is opgegroeid in Putten in een gezin met vier kinderen.
Ze kan zich de razzia van 1944 nog herinneren.

 

In de kerk

“We gingen ‘s ochtends naar de kerk: het was zondag. Ik kan me niet herinneren dat ik moffen of iets gezien had toen ik naar de kerk liep met mijn zusje. Maar toen we in de kerk zaten, moesten we allemaal in één vak. De galerijen moesten leeg. De hele middag hebben we daar gezeten. Rond half zes zijn we op huis aangegaan. Waarschijnlijk dachten de Duitsers: wat moeten we met al die mensen in de kerk? Daar hebben we ook niks aan. Ze zeiden dat we naar huis konden gaan, maar dat we de volgende ochtend weer terug moesten komen met eten voor diegenen die in de school ernaast zaten. In de school zaten de mannen. Die zat hartstikke vol. Dat is zo gebeurd: wij hebben ook eten meegenomen voor mijn vader die er zat.

Velen weggevoerd

Heel veel zijn weggevoerd. Dan heb je zo‘n steen aan de oude kerk. Al die mannen stonden daar en de moeders stonden te janken. Mijn vader was er niet bij: die was precies 51 jaar dus die hoefde niet. Mijn broer was met iemand meegegaan. Ik wist dat die ook wel veilig zat. Na een tijd kwam er dan een trein en daar werden de mannen in gestopt om naar Amersfoort te gaan. Ik weet niet meer hoeveel het er waren, maar over de zeshonderd van zo‘n klein dorp. Wij hadden zelf geluk: ons gezin is compleet gebleven. Dat was al een wonder eigenlijk.

Kinderen zonder vader

Er was een jongen uit onze klas die weggevoerd is en nooit meer teruggekomen is. En het hoofd van de school is weggevoerd met twee zoons. Dat zag je overal. Het was heel vreemd. Kinderen die geen vader meer hadden en dan die vrouwen die alleen achterbleven met de kinderen. Soms ook het huis nog verbrand. Want er zijn zo‘n 100 huizen in brand gestoken. We gingen bij ons in de tuin staan van de Stationsstraat en toen zag je een hele rode gloed. We waren bang dat de toren in brand stond, maar het was een café er net naast. Dat lichtte zo tegen de toren op, dat je de haan op de toren zag.

Doodsberichten

Mijn vader was ouderling. Die had het er zo moeilijk mee, toen hij de doodsberichten moest gaan thuisbezorgen. Dat zijn officiële papieren. Hij kreeg zo‘n stapel van die brieven mee en die moest hij zo snel mogelijk naar die mensen toebrengen en zeggen dat de zoon of de man overleden was. Daar heeft hij het kwaad mee gehad hoor. Want er kwam niemand terug.
Een begrafenis was er niet. Dat vond ik ook wel heel erg naar: ineens zo maar weg, niet eens een begrafenis, niks geen erkenning.

Voor de doodsberichten had men het steeds maar over: ‘Als de jongens terug zijn, dan doen we dit en doen we dat.’
Dat hield in een keer op.”

 

April 2019

Stichting Oktober 44, Midden Engweg 1, 3882 TS Putten