Stichting Oktober 44
  • Oktober 44

    Een aanslag van een verzetgroep bleek voor de bezetter aanleiding tot een vreselijke
    vergeldingsactie...

    Ongeveer 110 huizen werden in brand gestoken...

  • Oktober 44

    Putten was in oktober 1944 het toneel van de ergste wraakactie die Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben begaan.

    Vrouwen gingen de hongerwinter in zonder man.

  • Oktober 44

    Een echte, georganiseerde illegaliteit was er niet in Putten in de eerste jaren van de oorlog.

    Pas in 1944 kwamen enkele groepen tot stand.

Knikkers uit Amerika voor kinderen razzia van Putten

 


“Het is geen liefdadigheid, het is vriendschap”

 

Terwijl overal in Nederland de bevrijding werd gevierd, werd in Putten na de vele overlijdensberichten de feestvreugde abrupt afgebroken. De gezinnen waren in rouw gedompeld en de praktische problemen in Putten werden duidelijk. Het laatste half jaar van de oorlog hadden de vrouwen, in de verwachting dat het maar voor een korte tijd zou zijn – de geallieerden stonden immers voor de rivieren -, zich weten te redden. Maar toen duidelijk werd dat de meeste mannen van Putten niet meer zouden terugkeren, moesten er voor vele problemen oplossingen gezocht worden. De gezinnen hadden hulp nodig. Eén van de middelen waarmee hulp werd geboden waren voedselpakketten.

 

De kinderen van Putten

Wanneer je in gesprek gaat met de kinderen van Putten, duiken steeds de verhalen op over pakketten uit Amerika of Canada. Het waren bruine dozen die je open kon schuiven, net grote luciferdozen, en daarin zat van alles ingepakt. Voedsel, kleding maar ook schoenen en voor een kind misschien wel het allermooiste, zo nu en dan ook speelgoed. Maar waar kwamen die pakketten eigenlijk vandaan?

Bij Aartje van Drie, één van de kinderen uit Putten, vinden we het antwoord in de vorm van een envelop. Naast de naam en het adres staat in de linkerhoek een logo van Foster Parents Plan of War Children Inc. Uit de envelop komen een paar foto’s, één van een echtpaar en hun dochter en één van hun dochter met haar paard.

“Eén keer lag boven in het pakket een pop met echte haren en een hele mooie fluwelen jurk met kanten stroken aan. Omdat ik de oudste was werd ik de trotse eigenaresse van de pop, maar als ik er niet was werd er ook door mijn zusjes meegespeeld. Helaas is de pop stuk gespeeld. De knikkers die ook een keer in een pakket zaten zijn wel bewaard gebleven. Mijn jongste zusje Corrie is daar heel zuinig op geweest”. Jeugdherinnering: Aartje van Drie, 12 jaar



Foster Parents Plan Of War Children Inc.



De Engelse oorlogscorrespondent John Langdon-Davies trok zich na de Spaanse burgeroorlog het lot aan van het Spaanse weeskind José. Met Eric Muggeridge als secretaris richtte hij in 1937 het Foster Parents Plan of War Children Inc. op, nu beter bekend als Plan NL. John Langdon-Davies bedacht een constructie waarbij families uit Engeland en later Amerika en Canada een kind financieel konden adopteren. De familie of verzorgers van een adoptiekind konden een pakket vullen met een waarde van tenminste 15 dollar met voedsel en kleding, dat vervolgens werd verstuurd naar het gezin van een kind. Voorwaarde die aan de gezinnen van de kinderen werd gesteld was een briefwisseling.


Na de Tweede Wereldoorlog was de nood hoog in Europa en trok de organisatie zich het lot aan van de Europese kinderen. Er werd in Amerika een grootscheepse campagne gestart. Mensen konden zich aanmelden om een kind financieel te adopteren, maar ook groepen als verenigingen, universiteiten enz. Bekende Amerikanen zoals Harry Belafonte, mevrouw Truman, Thomas Mann, Herbert Hoover en vele anderen meldden zich aan als adoptieouders. Er werden 12.000 kinderen geadopteerd uit de landen Frankrijk, Engeland, Duitsland, België, Italië, Nederland, Griekenland en ook een korte tijd uit Tsjechië, Polen en China.

In Nederland zijn na de Tweede Wereldoorlog tussen 1946 en 1954 ongeveer 700 kinderen en hun gezinnen geadopteerd door Foster Parents Plan of War Children Inc. Het kantoor in Nederland was gevestigd aan de Paulus Potterstraat 2 in Amsterdam. Dhr. Rudolph Eldering was directeur en zijn staf bestond uit zeven personen waarvan drie maatschappelijk werksters. Na de watersnoodramp van 1953 verloren 51 kinderen hun ouders waarvan vaststaat dat er 21 kinderen, waarschijnlijk meer, ook zijn ondersteunt door adoptieouders uit onder andere Amerika.

 

 

Kinderen in Putten

Kinderen uit Nederland konden worden opgegeven door de sociale diensten, zo ook de kinderen uit Putten. Hoeveel kinderen uit Putten voor Foster Parents zijn aangemeld is moeilijk na te gaan omdat er weinig bewaard is gebleven. Wat wel bewaard is gebleven zijn de verhalen van de kinderen uit Putten. Alleen de kinderen waarvan hun vader was weggevoerd kwamen in aanmerking voor de ondersteuning. Teuntje Rozendaal, wier vader uiteindelijk toch nog terugkwam, kreeg maar één keer een pakket. Ook Evert Kous herinnert zich de pakketten nog goed:

“Zo kreeg ik een keer een paar autootjes, de vorm was een beetje vierkant, er zat niet echt een voor of achterkant aan maar het was een grote schat en had een grote aantrekkingskracht op vriendjes. Niemand had zulke autootjes. Ook heb ik eens een blokkendoos gekregen, groene blokjes met oranje verbindingstukjes, waar ik uren mee heb gespeeld”. Jeugdherinnering Evert Kous, 6 jaar

 

 

Kleding en schoenen waren ook erg welkom in de gezinnen. Edna Blue, presidente van Foster Parents Plan of War Children Inc. in Amerika hield een inzameling van schoenen die ook hun weg vonden naar Putten.

 

“De schoenen zaten in een pakket uit Amerika, het waren twee kleurige schoenen die hun tijd ver vooruit waren. Erg hip voor een dorp waar de schoenen nog steeds de kleuren zwart, bruin en blauw hadden. Het was mijn maat dus het werden mijn schoenen, en je viel niet eens op want er liepen meer kinderen in deze schoenen.” Jeugdherinnering Geertje van Drie, 7 jaar

 

 

 

 

 

 

  Zoektocht


Als we de foto’s uit de envelop van Aartje van Drie beter bekijken vinden we op de achterkant de namen van het echtpaar en hun dochter, Mr. & Mrs. L. Rijnbrand en M.A. Rijnbrand.

Met deze namen en de foto’s gaan we aan de slag. Het huidige Plan NL heeft geen archief uit die tijd omdat zij, in hun huidige vorm, pas in 1976 in Nederland gevestigd zijn. Ook via Plan International krijgen we geen informatie die ons duidelijkheid verschaft. Dat betekent dat we via multimedia met de summiere informatie die we hebben verder moeten gaan zoeken.

Na een intensief onderzoek blijken Mr. en Mrs. L. Rijnbrand de kleinkinderen van landverhuizers te zijn uit Ouddorp in Zuid-Holland. Nederlandse roots dus. Uiteindelijk sturen we een mail naar, we hopen, de zoon van M.A. Rijnbrand met als titel, M.A. Rijnbrand a story that begins in 1944.

En we krijgen reactie!

We zijn inderdaad terecht gekomen bij de zoon en schoondochter van M.A. Rijnbrand. Het meisje van de foto leeft nog, inmiddels 83 jaar oud, en herinnert zich heel goed dat haar moeder de pakketten klaar maakte voor verzending naar Holland. We sturen een foto van de knikkers die Corrie, het zusje van Aartje van Drie, meer dan 70 jaar heeft bewaard.

 

 

 

©2019

Elly Hazeleger

 

Stichting Oktober 44, Midden Engweg 1, 3882 TS Putten